Wist jij dat maar liefst 6 van elke 10 personenauto’s te zachte banden hebben of nog op winterbanden rijden? Met bijna 9 miljoen auto’s op de Nederlandse wegen rijden er dus 5,4 miljoen die onnodig veel verbruiken, minder grip hebben én een te lange remweg. Hoe zit dat bij jou?
Maar liefst 5,4 miljoen auto’s op te zachte banden, hoe is dat in hemelsnaam mogelijk? Simpel: banden op spanning verliezen continu een héél klein beetje lucht. Dat gaat geleidelijk, en daardoor vaak ongemerkt. Raak je bij het parkeren een stoeprandje of zijn je banden door veroudering wat poreus, dan gaat het nog sneller. Zo’n beetje drukverlies maakt op termijn veel verschil: het leidt tot een langere remweg, minder grip, minder stabiliteit, een hoger energieverbruik en snellere slijtage.
Heeft je auto een bandenspanningssensor, dan weet je precies wanneer het tijd is om de banden op te pompen. Sowieso is het slim om minstens één keer per maand de bandenspanning te checken. Doe dat met koude banden, want de spanning stijgt zodra het rubber door het rijden opwarmt (en dat is al na ongeveer 5 kilometer rijden).
In het instructieboekje of aan de binnenkant van de B-stijl staat wat de juiste bandenspanning is voor jouw auto. De B-stijl is de stijl tussen het voorportier en het achterportier. De druk (het aantal ‘bar’) hangt af van het type band (winter- of zomerband) en het aantal personen of bagagegewicht. Op (vakantie)ritten met de auto vol beladen hebben de banden enkele tienden van een bar extra nodig. Maar pas op: te hard is ook niet goed! Dan gaat het loopvlak bol staan, vermindert de grip (dus veiligheid) en slijten ze sneller.
Nu het voorjaar begint en het kwik weer stijgt, mag de winterband de opslag in en de zomerband er weer onder. In de warme maanden van het jaar presteren de hardere zomerbanden met hun zomerprofiel nu eenmaal beter dan de zachtere winterbanden. Zeker als je ze welke paar weken checkt en op de juiste spanning houdt!