Wist jij dat je banden al snel 0,2 tot 0,3 bar zachter worden als de temperaturen dalen? Dat komt door het krimpen van de lucht bij kou. Tijdig bijpompen dus.
Eerlijk zeggen: hoe vaak check jij je bandenspanning? Maar weinig mensen doen dat elke twee weken of zelfs maar elke maand. Toch is dat juist in deze tijd van het jaar extra belangrijk. Dat komt door de snel wisselende temperaturen: in een zonnig najaar kan het kwik heen en weer schieten van tegen de 20 graden overdag tot ruim onder nul bij de eerste nachtvorst.
Wat heeft dat met je bandenspanning te maken? Nou? Alles, en de verklaring is simpel: dat komt door de basic natuurwetten die je vast nog wel kent van de middelbare school. Gas zet uit bij hogere temperaturen, en krimpt als het kouder wordt. En ja, dat geldt ook voor de lucht in jouw autobanden.
Daardoor kan je bandenspanning van de ene dag op de andere verschillen. Elke 10 graden meer of minder maakt namelijk ongeveer 0,1 bar verschil in bandenspanning. Heb jij je banden de laatste keer opgepompt bij 20+ graden, dan zijn ze in deze tijd van het jaar al snel 0,2 tot 0,3 bar te zacht. Dat lijkt niet veel, maar je merkt het in wegligging, grip en slijtage.
Juist in deze tijd van het jaar – waarin het kwik flink kan schommelen – is het dus zaak om extra vaak je bandenspanning te controleren. Bijvoorbeeld elke keer als je tankt, of één keer per week. Doe dat het liefst als je banden koud zijn; de opgegeven waarden in je instructieboekje gaan uit van koude banden.
Wat die juiste bandenspanning is, vind je bij de meeste auto’s op een sticker aan de binnenkant van de tankdop, in de deurstijl van het bestuurdersportier en natuurlijk in het (digitale) onderhoudsboekje. Meestal is dat zo’n 2,2 tot 2,4 bar bij normale belading. Ga je bepakt en bezakt met de hele familie op wintersport, dan moet er wat meer lucht bij. Veel plezier en rij voorzichtig!