‘Zien en gezien worden’ is van levensbelang in de auto. Zeker nu, in de donkere maanden en bij grillig weer. Verlichting speelt daarbij een sleutelrol. En: wist jij dat veel mensen nachtblind zijn? Met deze vijf tips & inzichten rijd ook jij straks veiliger in het donker.
Een koplamp die niet naar behoren werkt, dat zie je zo. Maar controleer ook met regelmaat je achterlichten en remlichten. Bijvoorbeeld na elke tankbeurt of laadsessie. Check ook regelmatig de koplampafstelling: met koplampen die te hoog staan gericht, verblind je tegenliggers. Wist jij trouwens dat de optimale afstelling van je koplampen mede afhangt van de belading van je auto? Zwaar beladen hangt je auto meer achterover en schijnt je koplamp ‘hoger’ en verder dan wanneer je alleen in de auto zit.
Dagrijverlichting gebruik je overdag bij helder zicht; deze kleine maar heldere led-verlichting verbruikt weinig energie maar is wel goed zichtbaar voor medeweggebruikers.
Dimlicht gebruik je bij schemer, in het donker en bij slecht weer. Het belicht de weg voor je en maakt je goed zichtbaar voor anderen. De benaming ‘dimlicht’ is precies goed gekozen: de bundel is gedimd, naar beneden gericht op het asfalt.
Stadslicht kun je gebruiken als je je auto parkeert op een plek waar je goed zichtbaar wilt zijn; dan branden de achterlichten en twee kleine lampjes aan de voorzijde.
Grootlicht is je maximale verlichting. Gebruik je grootlicht alleen in het donker op slecht verlichte wegen zonder voor- of tegenliggers.
Mistlicht gebruik je alleen als het zicht door mist, zware regen of sneeuw minder dan 50 meter is.
Niks is zo gevaarlijk als slecht zicht tijdens het rijden. Bijvoorbeeld opspattende pekel die je ruit helemaal doet ‘dichtslaan’. Of ruitensproeiervloeistof met te weinig antivries, die meteen een laagje ijs op je voorruit maakt. Levensgevaarlijk! Houd je ruiten altijd goed schoon en streepvrij. Poets ze regelmatig van buiten en van binnen. Ontwasem ze altijd goed met je ventilatie en/of airco. En zorg voor voldoende ruitensproeiervloeistof mét antivries.
Ongeveer de helft van alle automobilisten vindt het lastig om in het donker achter het stuur voldoende te zien. Neemt dat problematische vormen aan, dan kan dat duiden op nachtblindheid: je ogen hebben dan moeite om voldoende licht op te vangen en om voldoende contrast te zien. Vaak is daar wel wat aan te doen, bijvoorbeeld met een bril via de opticien. Ook bestaan er speciale nachtzichtbrillen, die in het donker meer contrast geven en fel licht dimmen. Dat rijdt prettiger en veiliger!
Zien doe je niet alleen met je ogen – zien doe je met je hele lijf! Ben jij moe, afgeleid of bijvoorbeeld te warm of koud, dan zijn je concentratie en je zicht al gauw de helft minder. Zorg dus dat je altijd helder achter het stuur zit: niet te warm of koud gekleed, de kachel op normale temperatuur, en liefst met frisse lucht in de auto. Tip: neem op lange ritten tijdig een pauze. Veel moderne Kia-modellen hebben daarvoor standaard de intelligente Vermoeidheidsherkenning – een slimme feature voor je veiligheid!